Box 3: sparen en beleggen

 

Hebt u bezittingen, zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning? Dan moet u over uw inkomen uit sparen en beleggen (box 3) belasting betalen, weet zzp boekhouder

Voor het vaststellen van uw inkomen in box 3 gaan wij uit van een vast percentage van 4%. Dit vaste percentage van 4% wordt berekend over de gemiddelde waarde van uw bezittingen min schulden op 1 januari en op 31 december. Dit heet de gemiddelde rendementsgrondslag. U betaalt pas belasting als de gemiddelde rendementsgrondslag boven een heffingvrij vermogen uitkomt.

De werkelijke inkomsten, bijvoorbeeld de huuropbrengst of het dividend op uw aandelen, hoeft u dus niet aan te geven. Verder mag u werkelijke kosten, zoals betaalde rente, niet aftrekken.

Heffingvrij vermogen

Voor iedereen geldt in box 3 een heffingvrij vermogen. Is de gemiddelde rendementsgrondslag niet hoger dan € 20.661? Dan bent u geen belasting verschuldigd in box 3. U hebt dan geen voordeel uit sparen en beleggen. Als de gemiddelde rendementsgrondslag wel hoger is dan € 20.661, dan telt alleen het deel boven de vrijstelling mee voor de belasting in box 3.

Als u het hele jaar een fiscale partner hebt, dan kunt u het heffingvrije vermogen aan elkaar overdragen. Voor de 1 is dan het heffingvrij vermogen € 41.322 (€ 20.661 + € 20.661) en voor de ander € 0.

Bent u 65 jaar of ouder, dan kan uw heffingvrije vermogen hoger zijn.

Let op!

Als u minderjarige kinderen hebt, dan kunt u of uw fiscale partner het heffingvrije vermogen verhogen met € 2.762 per minderjarig kind.

Berekening van de belasting in box 3

Om de belasting in box 3 te berekenen, neemt u de gemiddelde rendementsgrondslag en vermindert u die met uw heffingvrij vermogen. Dit is de grondslag voor de berekening van het inkomen uit sparen en beleggen. Over dit bedrag wordt een vast rendement van 4% berekend: het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Over dit belastbare inkomen uit sparen en beleggen moet u 30% belasting betalen.

Pin It on Pinterest