De werkkostenregeling die volgend jaar wordt ingevoerd biedt veel vrijheden en kent maar één beperking, de zogenoemde gebruikelijkheidstoets, weet ZZP boekhouder.

De gebruikelijkheidstoets houdt in dat de vergoedingen en verstrekkingen die u als werkgever aanwijst, niet meer dan 30 procent mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het bedrag dat boven de 30 procent-grens uitkomt, is loon van de werknemer. Voorbeeld 1 U hebt een middelgroot bedrijf en geeft uw werknemers met kerst een flatscreen. Binnen uw sector is het gebruikelijk is dat het personeel met kerst zo’n duur cadeau krijgt. U mag de flatscreens volledig onbelast vergoeden.

Voorbeeld 2 U geeft één van uw werknemers een elektrische fiets van 1.000 euro. Deze werknemer komt op deze fiets naar het werk. Deze situatie en de prijs van de fiets zijn niet ongebruikelijk. U mag de fiets volledig onbelast vergoeden. Voorbeeld 3 Een bedrijf heeft behalve een directeur-grootaandeelhouder (dga) geen andere werknemers. De dga krijgt een vergoeding voor zijn werk van 250.000 euro. Het bedrijf bestempelt 100.000 euro als loon van de dga en merkt de overige 150.000 euro aan als onbelaste vergoeding. Het is duidelijk dat zo’n ‘knip’ ongebruikelijk is. Voorbeeld 4 U geeft uw werknemers met kerst een kerstpakket. De directeur heeft net zijn vliegbrevet gehaald en hij vertelt altijd gepassioneerd over zijn hobby. U geeft de directeur met kerst een zelfbouwpakket van een sportvliegtuig van 25.000 euro. Een kerstpakket van 25.000 euro is niet gebruikelijk: de waarde van het pakket wijkt meer dan 30 procent af van de waarde van pakketten die andere werkgevers in vergelijkbare omstandigheden aan hun directeuren geven. U moet dan het deel van de verstrekking dat meer dan gebruikelijk is, als loon aangeven.

Pin It on Pinterest